Kasteel Keenenburg was een van de grootste kastelen van het Westland en Midden-Delfland. Ruim vierhonderd jaar, van circa 1400-1800, domineerde het Schipluiden. De stichters waren Philips van Dorp en Philips de Blote. Voor de pauze staat de bouwgeschiedenis van het kasteel centraal. Een breuk hierin was de periode 1572-1574, toen ook enige tijd Spanjaarden in het kasteel waren gelegerd. De oude voorburcht is in die tijd gesloopt. Later kwam er een nieuwe voorburcht langs de Gaag. Oude tekeningen en opgravingen geven een exact beeld van de grootte van het kasteel. Ook is er veel vondstmateriaal geborgen, dat voor een deel te zien is in Museum Het Tramstation te Schipluiden.
Na de pauze staan de bewoners centraal. Er wordt vooral aandacht besteed aan het leven van Otto van Egmond. Als enige ridder maakte hij het Voorspel en de Opstand tegen Spanje actief mee. Als Statenlid overbrugde hij de periode van 1544-1586. Hij ontmoette Karel V, Filips II en Margaretha van Parma; aan de zijde van Willem van Oranje streed hij vanaf 1572 voor de bevrijding van de Nederlanden. Hij betaalde hiervoor een hoge prijs, omdat hij tijdelijk zowel zijn huis in Den Haag als zijn kasteel in Schipluiden verloor. Zijn zoon Jacob van Egmond volgde hem in verschillende functies op. Ook hij speelde, onder andere als voorzitter van de Staten Generaal, een belangrijke rol in de landelijke politiek.
De lezing wordt verzorgd door Jacques Moerman, historicus en eindredacteur van het recent verschenen Kastelenboek.